Naar de inhoud
4,9 / 5 beoordeling 10.000+ tevreden deelnemers 10 jaar ervaring psychologen & psychiaters als trainer

Van goed presenteren naar overtuigend presenteren: wat maakt het verschil?

Je hebt je goed voorbereid. Je verhaal klopt, je sheets zijn helder en je praatte zonder haperen door. En toch merk je dat er daarna weinig gebeurt. Mensen knikken vriendelijk, maar de beslissing blijft uit of de vragen gaan over iets heel anders.

Als dit je bekend voorkomt: het zegt niets over jouw kwaliteiten. Goed presenteren en overtuigend presenteren zijn twee verschillende dingen. Als je zenuwachtig bent, ligt je aandacht bovendien vaak bij het foutloos doorkomen van je verhaal. Dat is heel begrijpelijk. In dit artikel lees je vijf kleine verschuivingen die helpen om van goed naar overtuigend te komen. Je kunt ze allemaal in je eigen tempo uitproberen.

Wat is het verschil tussen goed en overtuigend presenteren

Een goede presentatie is helder, logisch opgebouwd en verzorgd. Je publiek begrijpt wat je zegt. Een overtuigende presentatie gaat een stap verder: je publiek doet er ook iets mee. Mensen gaan anders over een onderwerp denken, nemen een besluit of zetten een stap.

Overtuigen draait dus niet om perfect zijn, maar om wat er bij de ander gebeurt. Bij ZekerSpreken werken we vanuit dezelfde gedachte. Het doel is niet de perfecte spreker worden, maar jezelf en je kwaliteiten durven laten zien vanuit rust en vertrouwen.

Verschil 1: je aandacht gaat naar je publiek in plaats van naar jezelf

Als je zenuwachtig bent, richt je aandacht zich vaak naar binnen. Je let op je hartslag, je stem, je handen en op de vraag hoe je overkomt. Clark en Wells (1995) beschrijven in hun cognitieve model van sociale angst dat mensen die zich zorgen maken over hoe anderen hen beoordelen, hun aandacht sterk op zichzelf richten. Ze gebruiken wat ze van binnen voelen om in te schatten hoe ze overkomen, terwijl de echte reacties van anderen weinig ruimte krijgen. Dat model is ontwikkeld voor sociale angst en is geen diagnose voor gewone spreekzenuwen. Toch herkennen veel mensen het mechanisme.

Daar komt bij dat we vaak denken dat anderen veel meer van ons opmerken dan werkelijk zo is. In onderzoek van Gilovich et al. (2000) overschatten deelnemers hoeveel anderen zagen van hun handelingen en uiterlijk. Jouw trillende hand of even zoeken naar een woord valt dus vaak minder op dan het voelt.

Vanuit de cognitieve gedragstherapie (CGT): CGT kijkt naar hoe gedachten, gevoelens, aandacht en gedrag met elkaar samenhangen. Aandacht is iets waar je in kleine stappen invloed op kunt oefenen, zonder je zenuwen weg te hoeven duwen.

Probeer dit: richt je in je eerste minuut bewust op wat er in de ruimte gebeurt. Wie kijkt mee, wie knikt, wie pakt een pen? Je geeft je aandacht daarmee een taak buiten jezelf.

Verschil 2: je laat warmte én deskundigheid zien

Fiske, Cuddy en Glick (2007) beschrijven dat mensen elkaar in de basis op twee dimensies beoordelen: warmte, zoals vriendelijkheid en betrouwbaarheid, en competentie, zoals kennis en vaardigheid. Wie als warm én competent wordt gezien, roept positieve reacties op. Wie op één van de twee laag scoort, roept vaak gemengde reacties op.

Voor presenteren kan dat betekenen dat je alleen deskundigheid tonen soms afstand geeft. Alleen warmte tonen laat mensen soms twijfelen of je weet waar je over praat. Overtuigend zijn vraagt om allebei.

Probeer dit: begin met een zin waaruit blijkt dat je begrijpt wat je publiek bezighoudt. Geef daarna één concreet voorbeeld uit je eigen werkervaring. Eerst verbinding, dan inhoud.

Verschil 3: je geeft je publiek een reden om mee te denken

Petty en Cacioppo (1986) beschrijven twee wegen waarlangs mensen overtuigd raken. Bij de centrale route denken mensen echt na over wat je zegt. Bij de perifere route laten ze zich vooral leiden door signalen, zoals uitstraling of gemak. Verandering via de centrale route blijkt duurzamer en voorspelt vaker ook echt gedrag.

Meedenken kost je publiek energie. Het helpt daarom als je boodschap duidelijk raakt aan wat voor hen belangrijk is, en als je er niet te veel tegelijk in stopt.

Probeer dit: schrijf je kernboodschap op in één zin, vanuit het perspectief van je luisteraar. Bijvoorbeeld: “Na deze presentatie weet je waarom deze aanpak je tijd bespaart.” Alles wat die zin niet ondersteunt, mag eruit.

Verschil 4: je vertelt een verhaal in plaats van alleen feiten

Green en Brock (2000) onderzochten hoe mensen kunnen opgaan in een verhaal, met beelden, gevoel en volle aandacht. In hun experimenten namen lezers die sterker in een verhaal opgingen vaker overtuigingen over die bij het verhaal pasten. Ze vonden ook minder valse noten in het verhaal. Het onderzoek ging over geschreven verhalen. De gedachte erachter, dat een concreet en levendig verhaal mensen meeneemt, kun je ook in een presentatie gebruiken.

Probeer dit: kies bij elk kernpunt één klein, echt voorbeeld. Een klant, een situatie, een moment. Drie zinnen zijn genoeg.

Verschil 5: je gaat anders om met je spanning

Veel mensen denken dat ze eerst rustig moeten worden om goed te kunnen presenteren. Brooks (2014) onderzocht een ander idee. In meerdere experimenten, onder meer met een korte toespraak, zingen en rekentaken, deden deelnemers die hun spanning opnieuw benoemden als enthousiasme het beter dan deelnemers die probeerden te kalmeren. Bij de toespraak beoordeelden anderen hen als overtuigender, competenter en ontspannener. Spanning en enthousiasme voelen in je lijf ook best vergelijkbaar aan: allebei een hoge activatie. Het gaat dus om een andere betekenis geven aan wat je toch al voelt.

Dit is geen wondermiddel, en het betekent niet dat je zenuwen weg moeten. Ze mogen er gewoon zijn.

Probeer dit: zeg vlak voor je begint zacht tegen jezelf: “Ik heb er zin in” of “Dit is spanning die me energie geeft”. Voelt dat onecht, zoek dan woorden die voor jou wel kloppen.

Kies één verschil en begin klein

Je hoeft niet alles tegelijk te veranderen. Kies het verschil dat het meest bij je past en probeer het eerst uit in een kleine setting, zoals een teamoverleg of een gesprek met een collega. Zenuwachtig zijn is normaal en zegt niets over je kwaliteiten. Kleine stappen tellen, ook als niemand ze ziet.

Wanneer is extra hulp verstandig?

Spanning voor een presentatie hoort bij het leven. Als spreekangst je flink beperkt, bijvoorbeeld doordat je al lange tijd situaties vermijdt, veel piekert of veel lichamelijke klachten hebt, of als het je werk, studie of dagelijks leven raakt, kan een gesprek met je huisarts of een psycholoog een goede stap zijn. Dit artikel is educatief en bedoeld als ondersteuning. Het is geen therapie of diagnose.

Rustig verder

Wil je in je eigen tempo verder oefenen? Schrijf je in voor de spreektips van ZekerSpreken, of maak vrijblijvend kennis met een spreektraining. De trainingen zijn wetenschappelijk onderbouwd, gebaseerd op principes uit de cognitieve gedragstherapie en ontwikkeld en gegeven door psychologen met ervaring in de geestelijke gezondheidszorg.

Bronnen

Brooks, A. W. (2014). Get excited: Reappraising pre performance anxiety as excitement. Journal of Experimental Psychology: General, 143(3).

Clark, D. M., & Wells, A. (1995). A cognitive model of social phobia. In R. G. Heimberg, M. R. Liebowitz, D. A. Hope, & F. R. Schneier (Red.), Social phobia: Diagnosis, assessment, and treatment. Guilford Press.

Fiske, S. T., Cuddy, A. J. C., & Glick, P. (2007). Universal dimensions of social cognition: Warmth and competence. Trends in Cognitive Sciences, 11(2).

Gilovich, T., Medvec, V. H., & Savitsky, K. (2000). The spotlight effect in social judgment: An egocentric bias in estimates of the salience of one’s own actions and appearance. Journal of Personality and Social Psychology, 78(2).

Green, M. C., & Brock, T. C. (2000). The role of transportation in the persuasiveness of public narratives. Journal of Personality and Social Psychology, 79(5).

Petty, R. E., & Cacioppo, J. T. (1986). Communication and persuasion: Central and peripheral routes to attitude change. Springer.

Meer spreektips

Alle spreektips ›

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Adviesgesprek Trainingen